Buitengewoon

Even voorstellen mijn naam is Harrie Klein Koerkamp. Ik ben 65 jaar en sinds vorig jaar met pensioen. Ik ben 3e uit een gezin van 8 kinderen. Ik ben geboren op een boerderij net buiten mijn geboorteplaats Raalte. In mijn geboortejaar in 1960 bestond het gezin uit een opa (geb. 1872), een oma (geb. 1884), mijn vader (geb. 1910), mijn moeder (geb. 1928), een inwonende tante die doofstom was (geb. 1913) en mijn oudste broer (geb. 1957) en zus (geb.1958). Na mij zijn er nog 3 broers geboren en tot slot nog 2 zussen (de jongsten). 

In 1963 overleed opa en in 1970 overleed mijn oma. Mijn Tante overleed in 1990, mijn vader in 1999 en mijn moeder in 2010.

Het gezin waarin ik ben opgegroeid was een dynamisch maar ook erg geïsoleerd gezin. Als je naar de leeftijden kijkt zie je de grote generatiekloof tussen de tijd waarin mijn ouders en opa en oma leefden en zijn opgegroeid en generatie van mijn broers en zussen. Mijn vader was namelijk al 50 toen ik werd geboren.

Kortom een gezin waarin veel gebeurde en waarvan ik nu duidelijk heb dat het op mij een grote stempel heeft gedrukt op wie ik uiteindelijk ben geworden. Iets dat mijns inziens in het algemeen voor ieder individu wel geld.  

Begin jaren 80 heb ik gestudeerd op de Hogere Landbouwschool in Deventer en toen ik op het eind van deze opleiding erachter kwam dat ik daarin niet verder kon c.q. wilde, ben ik de opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige gaan doen in Den Haag.

Uiteindelijk heb ik 40 jaar in de psychiatrie gewerkt, eerst een paar jaar als psychiatrisch verpleegkundige in de volwassenpsychiatrie, waarna ik 35 jaar in de kinder- en jeugdpsychiatrie heb gewerkt. Achtereenvolgens als groepsleider, pedagogisch medewerker, sociotherapeut, en de laatste jaren als gezinsbehandelaar. Ik heb de laatste 8 jaar dus ambulant als gezinsbehandelaar in de kinder- en jeugdpsychiatrie gewerkt.

Een belangrijke kwaliteit die ik in de loop der jaren in de psychiatrie sterk heb ontwikkeld is het analyseren van problemen en dynamiek in gezinssystemen.

Het gekke of misschien mooie van alles is dat ik mij zelf nog steeds niet goed ken. Learning all te time! Ik leerde in mijn werkperiode dus telkens nog iets nieuws van en over mijzelf en dat vooral dus door mijn werk met collega’s en cliënten.

Belangrijkste wat ik in al die jaren heb ontdekt is hoe meer je van jezelf durf te geven hoe meer je terug krijgt, noem het professioneel kwetsbaar. Dus hoe meer je geeft hoe meer je terug krijgt hoe nederiger je wordt en hoe meer je weer terug krijgt hoe meer je weer kunt geven hoe meer je weer terug krijgt, kortom vicieuze cirkel, die je dus alleen maar rijker maakt. En waardoor het werk uiteindelijk steeds meer als vanzelf ging en steeds minder energie kostte. Het gevoel en vertrouwen dat zaken als vanzelf wel op hun plek vallen werd al maar groter. Hierdoor kon ik nog meer vanuit het moment reageren en acteren. Maar goed, dus het maakt ook nederiger gevaar dat je zo nederig wordt dat je jezelf helemaal wegcijfert. Wat ik ook heb geleerd, maar ook wel in mij heb, is dat je met humor en luchtigheid ook veel op kunt lossen.

Een kwaliteit die nog niet is genoemd en waar ik niet echt mee te koop loop (nu dus wel) en waar ik in de loop der jaren wel steeds iets minder bescheiden in ben te worden, dat is mijn gevoelige en intuïtieve kant. Dus ook voor wat wereldvreemde en soms paranormale zaken kon je mij aanschieten. In 9 van de 10 gevallen blijken dingen dan vaker normaler dan vermoed en die andere 10 procent was vaak nog interessanter.

In feite alles wat afwijkend of juist ongewoon is prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Collega’s konden mij vooral vragen voor visies of verklaringen in  casussen waarbij je open stond voor een visie die buiten het systemische of de psychiatrie vielen.

Ook heb ik in mijn leven tot nu toe een rijke droomwereld, ik bedoel letterlijk ’s nachts in mijn slaap dus, gehad die tijdens mijn werkzame leven wel wat minder was. Op mijn werk stond ik ook een beetje bekend als iemand die spontaan dromen kon analyseren. Dat ging mij gemakkelijk, als vanzelf, af. Echter dromen van mijzelf verklaren is andere koek en daar stond ik dan ook niet echt bij stil.

Maar nu ben ik met pensioen. Dit gebeurde vrij plots door omstandigheden. Waardoor dromen zich plots meer en meer zich begonnen op te dringen. Hierdoor werd ik a.h.w.  gedwongen om naar mijn eigen droomleven en dus mijn innerlijk landschap te kijken. Dat ging mij gedurende het proces van analyse steeds gemakkelijker af. En uiteindelijk monde dit, in eerste instantie helemaal niet zo bedoeld, uit in mijn eerste boek “Zelfscan” een boek dat a.h.w. als vanzelf organisch ontstond. In dit boek word ook duidelijk waarom er nog meerdere boeken van mijn hand zullen gaan volgen. Ik hoop vooral dat diegenen die dit boek aanschaffen, ook zelf gestimuleerd worden om naar hun eigen droomwereld  te gaan kijken, om op die manier nog dichter bij zichzelf te komen. En vooral op die manier meer rust en bezieling te vinden. Kortom al vast veel, en naar ik hoop inspirerend,  leesplezier.